Ergens in de jaren 80 van de vorige eeuw besloot ik, na een afgebroken universitaire studie, kunst te gaan studeren. De academie beviel me matig en ook deze studie maakte ik niet af. Van die tijd af ben ik niet meer gestopt met proberen, studeren en  om iets te maken, dat me bevalt en dat is geen eenvoudige opgave: De werken stapelen zich op, soms verkoop ik iets en het feit dat ik zo kritisch en kieskeurig ben houdt me aan de gang: Elke dag is er weer een mogelijkheid om iets te maken dat me verrast, dat nieuw is, dat alle moeite en inzet rechtvaardigt.

Ergens in de jaren 90 had ik het idee om mijn werk direct, buiten expo-ruimtes om, op straat te laten zien. Dat was het begin van een periode dat ik grote tekeningen op kranten maakt, waarbij ik de krantinhoud in de tekeningen betrok; een bevrijding en het tekenen werd ook losser en meer van mezelf. Ik heb het 7 jaar volgehouden om die kranten in Nijmegen en ook wel Amsterdam op muren en schuttingen te plakken.

Eind jaren 90 kreeg ik een gesubsidieerde baan bij een kunstinitiatief. Ik organiseerde er kunstprojecten. Vooral video had toen mijn aandacht. We nodigden kunstenaars uit om video’s over de stad en haar inwoners te maken, die we in musea en arthouse bioscopen toonden. Daarnaast bleef ik gewoon mijn schilder- en tekenkunst maken.

Na 12 jaar, toen de tijd van de subsidies voorbij was, ben ik weer helemaal dingen voor mezelf gaan doen. Vooral tekenen: Ik begon met een project dat ‘ De Dagtekening ‘ heet: Ik stuur geregeld per email ( een of twee keer per week ) een tekening naar een een vaste groep mensen. Ik heb geleerd dat de regelmaat van een handeling of presentatie, de aandacht van een publiek vasthoudt.

Het heeft in mijn ogen zin om hier nog een tijd mee door te gaan.